Vijftien veelgestelde vragen over de arbocatalogus, beantwoord door de Stichting van de Arbeid.
Nee. Er is geen definitie gemaakt voor het begrip arbocatalogus. In de publicatie van de Stichting van de Arbeid wordt een algemene omschrijving gegeven van het begrip, te weten: een document, waarin vertegenwoordigende organisaties van werknemers en werkgevers op sectorniveau vastleggen welke maatregelen getroffen worden om te voldoen aan de doelvoorschriften in de Arbo-wet. In die omschrijving zitten vele open einden die door sociale partners uitgewerkt en ingevuld kunnen worden. Voorbeelden van die "open einden":
- Document: het kan gaan om een schriftelijke arbocatalogus, maat het kan ook een digitale zijn.
- Vertegenwoordigende organisaties: over het algemeen gaat het hier om partijen, die veelal ook bij CAO-onderhandelingen in de betreffende sector of branche betrokken zijn. In het SER-advies wordt de term "sociale partners" veelvuldig gehanteerd. Per arbocatalogus moet echter steeds opnieuw bekeken worden welke partijen ingeschakeld moeten worden. Een en ander is afhankelijk van de "werkingssfeer" die per arbocatalogus wordt vastgelegd.
- Op sectorniveau: in de brochure is bewust het begrip sector niet gedefinieerd. Sociale partners moeten aan de hand van de risico's, die in de arbocatalogus worden beschreven, zelf bepalen op welk niveau die afspraak het beste kan worden gemaakt. Samenwerking tussen sectoren is aan te bevelen als het gaat om hetzelfde of identieke arbeidsrisico's.
- Voldoen aan doelvoorschriften: dit klinkt eenvoudiger dan de weerbarstige praktijk van het beheersen van arbeidsrisico's doet vermoeden. In de brochure wordt onderscheid gemaakt tussen risico's, waarvoor in de wet grenswaarden zijn vastgesteld. Dan moeten de maatregelen die worden opgenomen ook aan dat doel beantwoorden. Dat wil in principe zeggen dat voor al die maatregelen het effect is aangetoond en dat met al die maatregelen de grenswaarde wordt gerealiseerd.
Naar boven
Nee. Het is niet verplicht om een arbocatalogus te maken. Niet op sectorniveau, niet op ondernemingsniveau. In die zin is het begrip arbocatalogus ook niet in de Arbo-wet terug te vinden. Het begrip staat vermeld in het SER-advies, dat is opgesteld ter voorbereiding van de wijzigingen in de Arbo-wet. En daarnaast wordt het genoemd in de Memorie ven Toelichting bij de behandeling van die wetswijzigingen in het parlement. In plaats van een verplichting kan beter gesproken worden van een mogelijkheid voor sociale partners om zelf te bepalen met welke maatregelen zij de doelvoorschriften uit de Arbo-wet zullen realiseren. Het benutten van die mogelijkheid biedt voordelen (zie vraag 5 en 6).
Naar boven
Nee. Een werkgever moet in overleg met de OR of personeelsvertegenwoordiging van zijn onderneming zelf bepalen welke maatregelen uit de arbocatalogus hij doorvoert. Als hij kan aantonen dat hij minimaal hetzelfde beschermingsniveau realiseert als in de arbocatalogus staat beschreven, dan hoeft hij in feite geen aanpassingen door te voeren. Maar bij het nemen van deze beslissing moet de werkgever bedenken dat -bij een bezoek van de AI- steeds de bewijslast bij de onderneming blijft liggen om aan te tonen dat dat beschermingsniveau ook echt gerealiseerd wordt.
Naar boven
Hierover is niets geregeld. Om de totstandkoming van de arbocatalogi te stimuleren heeft het ministerie van SZW een subsidie van tien miljoen euro beschikbaar gesteld. Daar waar een arbocatalogus gemaakt is wordt de financiering veelal geregeld via bestaande fondsen, die door organisaties van werkgevers en werknemers worden bestuurd.
Naar boven
Het antwoord op deze vraag laat zich samenvatten in vier termen:
a. rechtszekerheid; bedrijven die de maatregelen uit een arbocatalogus hebben doorgevoerd zullen gevrijwaard worden van de sancties, die uit niet-naleving van de Arbo-wet kunnen voortvloeien.
b. verminderde inspectielast; de arbeidsinspectie zal zich in de uitvoering van haar toezichthoudende rol voornbamelijk orienteren op die bedrijven en sectoren, waar geen arbocatalogus van toepassing is. Daarnaast zal de aandacht uitgaan naar "witte vlekken" in de risico-aanpak. Dat zijn die risico's, waarvan bekend is dat ze tot veelvuldige uitval leiden, maar die in de arbocatalogus niet of slechts zeer beperkt aandacht krijgen.
c. gelijkwaardigheid; de arbocatalogus kan ertoe bijdragen dat alle ondernemingen in een branche of sector een gelijk of gelijkwaardig niveau van risicobestrijding of -beheersing realiseren.
d. imago; met de aanpak van risico's middels een arbocatalogus laat de branche of sector zien dat het menens is met verbetering van arbeidsomstandigheden. Dat kan bijdragen aan een verbeterde instroom van nieuwe werknemers in de branche.
Naar boven
Op het niveau van de sector of branche zijn veelal organisaties van werkgevers en werknemers actief, die over diverse onderwerpen overleg voeren. Daar is dus ervaring om resultaten van overleg om te zetten in gerichte activiteiten. Er is veelal ook een infrastructuur aanwezig, die ondersteunend werk kan verrichten en die ook beschikt over de nodige arbo-expertise. In vele sectoren zijn in de jaren vanaf 2000 zogenaamde arboconvenanten geweest waar partijen uit de betreffende sectoren actief bij betrokken waren. Een arbocatalogus op ondernemingsniveau heeft in de ogen van de Stichting van de Arbeid geen nut, geen toegevoegde waarde. Elke onderneming kent een RI&E, waar een Plan van Aanpak deel van uitmaakt. En in die RI&E zijn alle voorkomende risico's van de onderneming beschreven, geanalyseerd. En in het PvA staat beschreven welke maatregelen worden ondernomen om die risico's te beheersen. Een arbocatalogus voegt hier niets aan toe.
Naar boven
In de catalogus wordt het beschermingsniveau voor de risico's vastgelegd. Werknemers kunnen bij hun leidinggevende of bij hun werkgever nagaan wat er in hun bedrijf met de maatregelen uit de arbocatalogus is gebeurd. Natuurlijk kunnen zij ook de OR of PVT hierover raadplegen.
Naar boven
De Stichting van de Arbeid gaat er van uit dat de vertegenwoordigende organisaties van werkgevers en werknemers partij zijn. Die organisaties nemen in veel gevallen ook het initiatief tot het opstellen van een arbocatalogus. Dit is echter nergens officieel geregeld. Wat wel geregeld is is dat voor elke arbocatalogus ervan wordt uitgegaan dat er een vertegenwoordiging van werkgevers aan de ene kant en van werknemers aan de andere kant voor de inhoud hebben getekend. In alle gevallen zijn er dus minimaal twee partijen betrokken bij de opstelling van de arbocatalogus. Dit is ook een van de toetsingscriteria van het ministerie. (zie ook vraag 14 e.v.)
Naar boven
Het kan zeker. De vraag is of dat toegevoegde waarde heeft. Bijvoorbeeld als het gaat om bedrijven met specifieke risico's, die voor de rest niet of weinig voorkomen. Voor zover die bedrijven deel uitmaken van dezelfde branche of sector kunnen die specifieke risico's wellicht meegenomen worden in de arbocatalogus voor de hele branche. Maar in zo'n situatie is een aanvullende arbocatalogus op die specifieke onderwerpen ook denkbaar.
Naar boven
De OR heeft geen directe rol bij de totstandkoming van de arbocatalogus. Natuurlijk kunnen sociale partners bij het maken van de catalogus de OR-en van ondernemingen actief inschakelen. Datzelfde geldt voor OR-platforms die in diverse sectoren actief zijn. Op ondernemingsniveau kan de OR het verschijnen van de arbocatalogus voor de eigen sector aangrijpen om met de werkgever overleg te voeren over de consequenties van deze arbocatalogus voor het arbobeleid in het eigen bedrijf.
Naar boven
De arbodienst kan in haar adviserende rol de ondernemer wijzen op de inhoud van de arbocatalogus en de mogelijkheden die de arbocatalogus biedt voor het arbobeleid van de onderneming. In de catalogus wordt het beschermingsniveau voor de risico's vastgelegd. Werknemers kunnen bij hun leidinggevende of bij hun werkgever nagaan wat er in hun bedrijf met de maatregelen uit de arbocatalogus is gebeurd. Natuurlijk kunnen zij ook de OR of PVT hierover raadplegen.
Naar boven
In de Arbowet is daarover niets geregeld. In het SER-advies wordt er van uit gegaan dat sociale partners de arbocatalogus samenstellen. Maar dat begrip is daar niet nader gedefinieerd. De Stichting van de Arbeid adviseert aan vertegenwoordigende organisaties van werkgevers en werknemers om hierin het initiatief te nemen, de regie te voeren. Zij zijn betrokken geweest bij de arboconvenanten, zij overzien het gehele veld, zij hebben de ervaring en de deskundigheid in huis om tot een goede arbocatalogus te komen. En zij kunnen ook het beste overzien op welk niveau van de sector of branche de catalogus het meeste effect sorteert.
Naar boven
Kort gezegd: er moet niks. Ook voor normen geldt dat sociale partners gezamenlijk bepalen wat de inhoud van de arbocatalogus is. Bij de vaststelling van de tekst voor de arbocatalogus is het goed om te bedenken dat de arbocatalogus niet voor de eeuwigheid wordt vastgelegd. Sociale partners spreken ook af voor welke termijn deze afspraken gelden. Of er normen kunnen worden opgenomen is de vraag. Er zijn arbeidsrisico's waarvoor in de wet kwantitatieve nomen zijn vastgelegd. Deze normen staan niet meer ter discussie, en de maatregelen die in de arbocatalogus worden opgenomen ter bestrijding van dit risico moeten aantoonbaar leiden tot een adequate bescherming van betrokken werknemers. Er zijn daarnaast ook diverse arbeidsrisico's, waarvoor in de wet geen kwantitatieve beschermingsniveaus zijn vastgelegd. |Daar hebben sociale partners de vrijheid om zelf afspraken te maken. Maar ook hierbij is het belangrijk om aan te tonen dat de opgenomen maatregelen leiden tot het vereiste, cq. gewenste beschermingsniveau.
Naar boven
Ook hiervoor geldt dat de opstellers, de "eigenaars" van de arbocatalogus zelf bepalen hoeveel en welke risico's zij in de arbocatalogus behandelen. In veel branches wordt eerst aandacht geschonken aan de prioritaire risico's (risico's die herkenbaar zijn voor de branche of sector en/of die grote gevaren met zich meebrengen). Als dat rond is wordt bekeken hoe en op welke termijn de overige risico's worden aangepakt.
Naar boven
Dat kan alleen als de vertegenwoordigers van al die sectoren te kennen geven dat die catalogus ook voor hun sector geldt. Dat moet schriftelijk gebeuren. Pas dan is er sprake van landelijke geldigheid.
Naar boven