RSI is een verzamelnaam voor verschillende aandoeningen aan spieren, pezen en zenuwen. Ze ontstaan niet alleen door steeds dezelfde beweging te maken. De klachten hebben ook alles te maken met niet bewegen of lang in één houding werken. Werkdruk en stress verhogen de kans op RSI.
Wat is RSI
RSI (Repetitive Strain Injury) is een verzamelnaam van diverse aandoeningen, en daarom zijn de klachten bij RSI zeer divers: pijn, overgevoeligheid, vermoeidheid, tintelingen, stijfheid, verminderde beweeglijkheid van gewrichten, verminderde spierkracht etc. Het optreden van RSI wordt in drie fasen onderscheiden:
- Fase 1: Je hebt geringe klachten; pijn en vermoeidheid aan je vingers, handen, polsen, armen, schouders of je nek tijdens het werk of na een lange periode van werken. De klachten zijn plaatselijk en worden snel minder als je stopt met werken;
- Fase 2: De relatie tussen werk en je pijn wordt minder duidelijk: ook 's avonds en in het weekend blijft de pijn aanwezig en kan een meer uitstralend karakter krijgen waarbij je soms naast tintelingen ook krachtsverlies krijgt;
- Fase 3: Er is sprake van zeer ernstige problematiek, pijn is altijd aanwezig en je hebt een verlamd gevoel met duidelijke tintelingen. In deze fase kun je zelfs geen licht werk meer verrichten.
Omdat RSI-gerelateerde klachten chronisch zijn en tot langdurig verzuim (en pijn) kunnen leiden, is het belangrijk dat je het vroegtijdig herkent. Voorkomen is echter nog beter, temeer omdat genezing niet altijd mogelijk is.
Repetitive Strain Injury (RSI) betekent: beschadiging door herhaalde beweging. Het is een verzamelnaam voor een aantal aandoeningen: de 'muisarm', de 'tennisarm', andere afklemmingproblemen in nek, schouders, polsen en nog veel meer. De klachten ontstaan vaak sluipend en kunnen verschillende fasen doorlopen. In het begin voelt iemand vage pijn in de loop van de werkdag, daarna heeft hij er ook 's avonds last van en uiteindelijk blijft de pijn continu. Dan zijn er vaak ook andere klachten: temperatuurverschillen, prikkelingen en functieverlies. Het herstel duurt meestal lang en de klachten komen gemakkelijk terug. Soms worden de klachten zelfs chronisch en ontstaat er blijvende schade, pijn en functieverlies.
Zowel voor de werknemer als de werkgever is het dus van groot belang om de klachten tijdig te signaleren en er gericht iets aan te doen. Dat kan veel problemen voorkomen.
Sinds enige tijd wordt ook een andere benaming gebruikt voor RSI-klachten: KANS of CANS (Eng.): Klachten aan Arm, Nek, Schouders.
Hoe ontstaat RSI?
RSI ontstaat als min of meer dezelfde bewegingen vaak worden herhaald, ongeacht of daarbij kracht wordt gezet. Door de herhaalde bewegingen 'schuren' de weefsels over elkaar en ontstaan er ontstekingsreacties in de spieren en pezen. Dit is de dynamische belasting. Als de werknemer bovendien een gefixeerde en gespannen houding aanneemt, spannen de spieren in de nek en schouders zich. Dat belemmert de bloeddoorstroming en de zenuwgeleiding, waardoor de stofwisseling op die plaats te kort schiet: er ontstaan pijnprikkels, de spierspanning neemt toe en de cirkel is rond. Dit aanspannen van de spieren zonder dat de houding verandert, is de statische belasting.
Een slechte werkhouding, kou, tocht, spanning en stress; dat zijn factoren die het ontstaan van RSI kunnen bevorderen. In deze situaties spannen de spieren van schouder en nek zich immers aan. Slechte werkhoudingen zijn bijvoorbeeld: bovenhands werken, te hoog of te laag werken, of met gedraaide polsen werken. Door kou of tocht trekken veel mensen onwillekeurig hun schouders op en spannen dus de nek- en schouderspieren aan. Maar vooral stress kan RSI-klachten verergeren. Mensen nemen vaak te weinig kleine pauzes om even de spieren (en de geest) te ontspannen, al is het maar een paar seconden. Dat ligt overigens niet altijd aan henzelf: soms laat het werk dat gewoon niet toe
De grootste kans om RSI te ontwikkelen is bij een combinatie van dynamische en statische belasting. Dat is bijvoorbeeld het geval bij beeldschermwerk of inpakwerk: armen en handen maken steeds dezelfde beweging terwijl nek en schouders vrijwel niet bewegen.
Bij wie komt RSI voor?
Er zijn heel wat beroepen waarbij RSI vaker dan gemiddeld voorkomt: beeldschermwerk, caissière en kapster, (beroeps)musici, etc. Bij veel beroepen is er immers sprake van herhaalde bewegingen en een gespannen houding eventueel gecombineerd met een slechte werkhouding, kou, tocht of stress.
De risicogroep is dan ook enorm groot: 2 miljoen werknemers in Nederland lopen de kans RSI te ontwikkelen. De meeste klachten doen zich voor rond het 40e jaar, vaker bij vrouwen dan bij mannen. De werksituatie kan van invloed zijn, maar ook hobby's, sporten en eventuele spanning thuis. En tot slot speelt de persoonlijkheid van de werknemer een rol: doorzetters die vinden dat het werk af moet, lopen meer risico dan iemand die zich wat meer vrijheid permitteert en regelmatig pauzeert.
RSI, Repetitive Strain Injury, wordt vaak gerelateerd aan muisgebruik bij beeldschermwerk. Voor een deel klopt dat ook. Door muisgebruik kunnen inderdaad soms ernstige klachten aan nek, schouders, polsen en armen ontstaan door repeterende bewegingen (om deze reden wordt RSI ook wel CANS of KANS genoemd: complaints / klachten aan armen, nek, schouders). Minder bekend is dat ook andere beroepsgroepen een verhoogde kans hebben om last van RSI te krijgen: bouwvakkers bijvoorbeeld, of lopende-bandwerkers en (beroeps)muzikanten.