Uitgangspunt is dat je tijdens de zwangerschap en periode van borstvoeding zoveel mogelijk je eigen werk kunt blijven doen, in jouw eigen functie en op jouw eigen werkplek. Het lijkt voorbarig om al voor de zwangerschap je werkgever van je kinderwens op de hoogte te stellen. Maar als je werkomstandigheden risico's opleveren voor de vruchtbaarheid of voor het embryo is dit het overwegen waard. In overleg met je werkgever kan je dan een oplossing zoeken.
- tijdens de hele zwangerschap moet je bukken, hurken en knielen zoveel mogelijk voorkomen
- de aatste drie maanden van de zwangerschap: bukken, hurken, knielen en staande voetpedalen bedienen dagelijks niet meer dan eenmaal per uur
- tijdens de zwangerschap en tot drie maanden na de bevalling: handmatig tillen van gewichten zoveel mogelijk beperken
- is tillen toch nodig, dan moet het in één handeling te tillen gewicht minder zijn dan tien kilo
- vanaf de twintigste week van de zwangerschap mag niet vaker dan tien keer per dag maximaal vijf kilo worden getild
- vanaf de dertigste zwangerschapsweek mag niet vaker dan vijf keer per dag maximaal vijf kilo worden getild.