Er is ook nog niet zoveel bekend over de gezondheidsrisico’s die ontstaan door blootstelling aan nanodeeltjes. Vooral over de effecten op de lange termijn bestaat nog veel onduidelijkheid. Wel kunnen de gezondheidsrisico’s op basis van bepaalde eigenschappen van de nanodeeltjes worden geclassificeerd. Zo lijkt het erop dat de risico’s van oplosbare nanodeeltjes niet afwijken van die van de grotere, niet-nanovorm van dezelfde stof. Uit dierexperimenteel onderzoek blijkt dat
bepaalde (staafvormige) nanodeeltjes, de zogenaamde nanotubes en in het bijzonder sommige meerwandige varianten hiervan, een reactie in het lichaam kunnen geven die vergelijkbaar is met een reactie op asbest. Deze deeltjes worden daarom als het meest risicovol beschouwd.
Het lastige van nanodeeltjes en de bepaling van het gezondheidsrisico bij blootstelling hieraan is dat er nog geen (eenvoudige en) onderscheidende meetmethoden beschikbaar zijn. Men gaat ervan uit dat de bestaande maatregelen om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen te beperken -zoals ventilatie, afzuiging en adembescherming- ook effectief zijn om de blootstelling aan synthetische nanodeeltjes te verminderen. Omdat ze veel kleiner zijn dan de gemiddelde stofdeeltjes, moeten deze beheersmaatregelen bij blootstelling aan nanodeeltjes veel nauwkeuriger worden uitgevoerd.
(bron: Arbeidsinspectie)