Werkt je werkgever met brandbare stoffen die explosies kunnen veroorzaken, dan is hij verplicht de werkplek in gevarenzones in te delen.
- Zone 0: In deze zone bestaat meer dan 1000 uur per jaar gevaar voor gasexplosies. Dit is bijvoorbeeld het geval in het binnenste van een reactievat. Ook een open vat met een brandbaar oplosmiddel is een gevarenbron voor zone 0.
- Zone 1: In deze zone bestaat tussen 10 en 1000 uur per jaar gevaar voor gasexplosies. Voorbeelden van zulke zones zijn: de naaste omgeving van zone 0, en gebieden rondom breekbare apparatuur of leidingen van glas.
- Zone 2: In deze zone bestaat minder dan 10 uur per jaar gevaar voor gasexplosies. Voorbeelden van zulke zones zijn: plekken rondom zones 0 en 1, en opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen.
Werkt je werkgever met stoffen die stofexplosies kunnen veroorzaken, dan moet hij de werkplek op dezelfde manier als bij gevaar voor gasexplosies, indelen in de gevarenzones 20 tot en met 22.
Hoe gevaarlijker een zone, hoe strenger de wettelijke eisen aan de inrichting van zo'n zone. In de wet is bepaald welk materieel en welke beveiligingssystemen per zone gebruikt mogen worden. Ook bestaan er per zone verschillende regels voor het gebruik van dit materieel en deze beveiligingssystemen.
De werkgevers is verplicht een waarschuwingsbord op plekken met explosiegevaar te plaatsen. Dit bord moet driehoekig zijn. De achtergrondkleur is geel. Hierop komen de letters `EX' in het zwart. En rondom komt een zwarte rand. De kleur geel moet minimaal 50% van het bordoppervlak in beslag nemen.
Opslag gevaarlijke stoffen
In juni 2005 is een nieuwe richtlijn verschenen over de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. De Europese Commissie heeft regels opgesteld om veilig te kunnen werken op werkplekken waar een kans op explosies is. Sinds 1 juli 2006 moeten alle arbeidsplaatsen aan de nieuwe wetgeving over explosieve atmosferen voldoen.
- De opslag van verpakte gevaarlijke stoffen moet voldoen aan de eisen die gesteld worden in PGS 15. Belangrijke verandering is dat de nieuwe richtlijn gevaarlijke stoffen indeelt op basis van de vervoerswetgeving ADR in plaats van de Wet milieugevaarlijke stoffen.
- Door de nieuwe indeling geldt PGS 15 ook voor gasflessen, spuitbussen, carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen (CMR-stoffen), bepaalde organische peroxiden tot 1.000 kg, zeer licht ontvlambare stoffen, brandgevaarlijke vaste stoffen, voor zelfontbranding vatbare stoffen, stoffen met ontwikkeling van brandbare gassen in contact met water, en infectueuze stoffen.
- Voor opslagvoorzieningen tot 10 ton volstaat in veel gevallen een basisvoorziening. Bij opslagvoorzieningen boven 10 ton bepalen de gevaarsaspecten en het soort verpakkingsmateriaal van de stoffen het vereiste beschermingsniveau.
De werkgever moet in de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) en aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie (ARIE) de risico's bij de opslag van gevaarlijke stoffen identificeren, inventariseren en evalueren. Ook moet hij aangeven hoe hij de risico's beheerst. In sommige gevallen moet hij een ongevalscenario opstellen.
Voor bestaande opslag gelden nog oude regels. Wel moet de brandbeveiliging volledig geschikt zijn voor de opgeslagen stoffen. De nieuwe richtlijn wordt alleen gehanteerd bij nieuwe vergunningaanvragen.