Gehoorbescherming, beschermende kleding of valbeveiliging helpen werknemers om veilig en gezond te kunnen werken. De werkgever moet de werknemer van dit soort persoonlijke beschermingsmiddelen voorzien, als alle andere maatregelen het werk niet voldoende veilig of gezond kunnen maken.
Persoonlijke beschermingsmiddelen beschermen onder meer tegen:
- mechanische invloeden, bijvoorbeeld tegen nagels uit een schiethamer
- elektriciteit, bijvoorbeeld elektrische laagspanning
- thermische invloeden, bijvoorbeeld extreme koude of warmte
- chemische invloeden, bijvoorbeeld irritatie door gas of rook
- stralingsinvloeden, bijvoorbeeld door ultraviolette straling
- lawaai, bijvoorbeeld door harde geluidsstoten
- trillingen, bijvoorbeeld door mechanische trillingen
- besmettingen, bijvoorbeeld door radioactieve stoffen
- microbiologische invloeden, bijvoorbeeld ziekmakende bacteriën, virussen of schimmels.
Niet alle werkkleding
Overige werkkleding en de uitrusting van eerstehulpdiensten, militairen, politie en ordediensten, sportuitrustingen (zoals honkbalmaskers en hockey-legguards) en zelfverdedigings- of afschrikkingsmateriaal, (zoals spuitbussen met traangas) vallen niet onder de Richtlijn persoonlijke beschermingsmiddelen, de Arbowet en het Arbeidsomstandighedenbesluit