Een persoonlijk beschermingsmiddel moet afgestemd zijn op de risico's die je loopt. Verder moeten persoonlijke beschermingsmiddelen:
- bescherming bieden, zonder dat de middelen zelf of het gebruik ervan nieuwe, andere risico's veroorzaken
- bruikbaar zijn binnen de bestaande omstandigheden op de werkplek
- goed hanteerbaar zijn en passend (afgestemd op de drager)
- voorzien zijn van het CE-merk
- voorzien zijn van een duidelijke gebruiksaanwijzing
Welk middel wanneer?
Selectie van beschermingsmiddelen is afhankelijk van de lichaamsdelen die worden bedreigd. Enkele voorbeelden:
- wanneer er sprake is van vallende voorwerpen moeten veiligheidshelmen worden gedragen.
- wanneer (gloeiende) deeltjes met grote snelheid rondvliegen zijn oog- en gelaatsbeschermers noodzakelijk.
- wanneer er sprake is van te veel lawaai moeten gehoorbeschermers worden gedragen.
- adembeschermingsmiddelen worden gebruikt waar de lucht is verontreinigd met stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid; persluchtapparatuur moet worden gebruikt op plaatsen waar een gebrek aan zuurstof kan ontstaan.
- reflecterende kleding zorgt ervoor dat werkende mensen beter waarneembaar zijn.
Verplichting
- als je leidinggevende je verplicht je persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen, moet je hieraan gehoor geven.
- als je bij herhaling weigert je persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken, kan dit reden zijn voor een schorsing of zelfs ontslag