Vorstverlet

Houd jouw baas rekening met buiten werken in deze koude temperaturen?


Ja
Nee


 

 

Wat kun je zelf doen?

Om veilig te kunnen werken in besloten ruimten moeten werknemers de gevaren kennen en herkennen. In de voorbereidingsfase van het werk dienen daarom alle mogelijke gevaren te worden beoordeeld en moeten maatregelen worden getroffen om deze gevaren weg te nemen of te verminderen. De maatregelen kunnen van organisatorische of technische aard zijn.

  • Voor het werken in besloten ruimten is volgens de wet een veiligheids- en gezondheidsplan (VenG-plan) en een risicoinventarisatie en -evaluatie (ri&e) nodig.
  • Alle werknemers die betrokken zijn bij het werken in besloten ruimten moeten weten wat de gevaren zijn, welke maatregelen moeten worden getroffen en wat de procedures zijn.
  • De gevaren zijn zo groot, dat de tijd dat een werknemer zich in een besloten ruimte mag bevinden, zo kort mogelijk moet zijn.
  • Het aantal mensen dat werkt in een besloten ruimte moet zo klein mogelijk zijn.
  • De werkzaamheden in de besloten ruimte mogen pas beginnen als met zekerheid is vastgesteld dat de situatie veilig is.
  • Tijdens de werkzaamheden in een besloten ruimte moeten afzettingen en markeringen worden geplaatst. De toegang tot de besloten ruimte moet worden voorzien van het waarschuwingsbord "Gevaar, niet betreden, besloten ruimte".
  • De toegangswegen en de omgeving van de besloten ruimte moeten worden vrijgehouden van materialen, gereedschappen en materieel.
  • Vóór en tijdens de werkzaamheden moet de besloten ruimte worden geventileerd, ook al blijkt uit de metingen dat de situatie veilig is.
  • Alle leidingen die uitkomen op de besloten ruimte moeten, voordat men met de werkzaamheden begint, worden afgesloten.
  • Bewegende delen van machines en apparaten moeten bij werkzaamheden in de besloten ruimte worden stilgezet.
  • In besloten ruimten mogen alleen explosievrije elektrische apparatuur en verlichting worden gebruikt, die geen gevaar voor elektrocutie, brand of explosie veroorzaken. Alle apparatuur moet in goede staat verkeren en op goede werking zijn gecontroleerd.
  • Besloten ruimten dienen te worden voorzien van noodverlichting. Als installatie van noodverlichting niet mogelijk is, moet de werknemer over individuele explosie- en vonkvrije noodverlichting beschikken.
  • Bedrijfshulpverleners moeten paraat staan met geschikte blusmiddelen.
  • Bij gevaar voor verstikking, bedwelming of vergiftiging is het gebruik van onafhankelijke ademhalingsbescherming noodzakelijk.
  • Het is sterk af te raden om te eten, te drinken en te roken in een besloten ruimte.
  • Na het verlaten van de besloten ruimte dienen de handen en het gezicht te worden gewassen.