Goede arbeidsomstandigheden komen sneller en eenvoudiger tot stand als werkgevers en werknemers samenwerken. De werkgever is uiteindelijk verantwoordelijk voor het arbeidsomstandighedenbeleid, maar overleg en samenwerking met de werknemers is verplicht. Zo moet de ondernemingsraad instemmen met het arbobeleid. De ondernemingsraad heeft ook instemmingsrecht op de keuze van de arbodienst, het contract met de arbodienst en de inhoud van het verzuimbeleid.
Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging voert de werkgever overleg met belanghebbende werknemers. Ondernemingen met tenminste 50 werknemers moeten een ondernemingsraad (OR) hebben, bedrijven met 10 tot 50 werknemers kunnen een personeelsvertegenwoordiging (PVT) in stellen. Een PVT is verplicht indien een meerderheid van de werknemers daar om vraagt. De OR heeft instemmingsrecht op alle regelingen die te maken hebben met arbo en ziekteverzuim. Wanneer in bedrijven met minder dan 10 werknemers een personeelsvertegenwoordiging is ingesteld, heeft deze instemmingsrecht op het arbobeleid.
Arbeidsinspectie
Bij een conflict over de arbeidsomstandigheden moeten werkgever en werknemers proberen samen een oplossing te vinden. Als dat niet lukt, bijvoorbeeld als er sprake is van gecompliceerde risico's, is het mogelijk deskundigen in te schakelen. Dat kan iemand van de arbodienst zijn, maar ook een ander. Werknemers of de ondernemingsraad kunnen ook een klacht indienen bij de Arbeidsinspectie, of deze dienst vragen om een onderzoek in te stellen.
Wat kun je zelf doen?
Als werknemer is het van belang dat je naar beste eer en geweten je werk doet. Zolang er geen sprake is van ernstige nalatigheid of grove schuld hoef je je weinig zorgen te maken. Daarbij dien je wel de verplichtingen uit de Arbowet na te komen:
Artikel 11 Algemene verplichtingen van de werknemers
De werknemer is verplicht om in zijn doen en laten op de arbeidsplaats, overeenkomstig zijn opleiding en de door de werkgever gegeven instructies, naar vermogen zorg te dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van de andere betrokken personen. Met name is hij verplicht om:
- arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op de juiste wijze te gebruiken;
- de hem ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze te gebruiken en na gebruik op de daartoe bestemde plaats op te bergen, een en ander voor zover niet krachtens deze wet is bepaald dat werknemers niet verplicht zijn beschermingsmiddelen als vorenbedoeld te gebruiken;
- de op arbeidsmiddelen of anderszins aangebrachte beveiligingen niet te veranderen of buiten noodzaak weg te halen en deze op de juiste wijze te gebruiken;
- mede te werken aan het voor hem georganiseerde onderricht bedoeld in artikel 8;
- de door hem opgemerkte gevaren voor de veiligheid of de gezondheid terstond ter kennis te brengen aan de werkgever of degene die namens deze ter plaatse met de leiding is belast;
- de werkgever en de werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, eerste tot en met derde lid, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en de arbodienst, indien nodig bij te staan bij de uitvoering van hun verplichtingen en taken op grond van deze wet.
Daarnaast heb je ook nog een belangrijk recht: het recht op werkonderbreking:
Artikel 29 Werkonderbreking
Een werknemer is bevoegd het werk te onderbreken en de onderbreking voort te zetten, indien en zolang naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar voor personen als bedoeld in artikel 28 aanwezig is en naar zijn redelijk oordeel het gevaar zo onmiddellijk dreigt dat een toezichthouder niet tijdig kan optreden. Voor de duur van de onderbreking behoudt de werknemer zijn aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon. De werknemer mag als gevolg van de werkonderbreking niet worden benadeeld in zijn positie in het bedrijf of de inrichting.
- Degene die stelt dat de werknemer de aanwezigheid van onmiddellijk dreigend gevaar als bedoeld in het eerste lid op grond van de feiten waarop hij zich beroept, niet naar zijn redelijk oordeel mocht aannemen, moet dit bewijzen.
- Indien de onderbreking van het werk geschiedt buiten weten van de werkgever onderscheidenlijk de bij de arbeid betrokken leidinggevende persoon, moet de werknemer de onderbreking terstond bij deze melden.
- De onderbreking van het werk wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de daartoe aangewezen toezichthouder, die een bevel geeft krachtens artikel 28, eerste lid, of verklaart, zo nodig onder het stellen van een eis als bedoeld in artikel 27, dat de arbeid kan worden verricht. Door de beschikking van de daartoe aangewezen toezichthouder eindigt de bevoegdheid van de werknemer de werkonderbreking voort te zetten.
Wat kan je bedrijf doen
Artikel 3 Arbobeleid
De verantwoordelijkheid van werkgevers is in algemene termen omschreven in artikel 3 van de Arbowet:
- De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden, waarbij hij, gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, het volgende in acht neemt:
a. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd organiseert de werkgever de arbeid zodanig dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemer;
b. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd worden de gevaren en risico's voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemer zoveel mogelijk in eerste aanleg bij de bron daarvan voorkomen of beperkt; naar de mate waarin dergelijke gevaren en risico's niet bij de bron kunnen worden voorkomen of beperkt, worden daartoe andere doeltreffende maatregelen getroffen waarbij maatregelen gericht op collectieve bescherming voorrang hebben boven maatregelen gericht op individuele bescherming; slechts indien redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat maatregelen worden getroffen die zijn gericht op individuele bescherming, worden doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen aan de werknemer ter beschikking gesteld;
c. de inrichting van de arbeidsplaatsen, de werkmethoden en de bij de arbeid gebruikte arbeidsmiddelen alsmede de arbeidsinhoud worden zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd aan de persoonlijke eigenschappen van werknemers aangepast;
d. monotone en tempogebonden arbeid wordt, zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd, vermeden dan wel, indien dat niet mogelijk is, beperkt;
e. doeltreffende maatregelen worden getroffen op het gebied van de eerste hulp bij ongevallen, de brandbestrijding en de evacuatie van werknemers en andere aanwezige personen, en doeltreffende verbindingen worden onderhouden met de desbetreffende externe hulpverleningsorganisaties;
f. elke werknemer moet bij ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn eigen veiligheid of die van anderen, rekening houdend met zijn technische kennis en middelen, de nodige passende maatregelen kunnen nemen om de gevolgen van een dergelijk gevaar te voorkomen, waarbij artikel 29, eerste lid, derde zin, van overeenkomstige toepassing is. - De werkgever voert, binnen het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, een beleid gericht op voorkoming en indien dat niet mogelijk is beperking van psychosociale arbeidsbelasting.
- Ter uitvoering van het eerste lid draagt de werkgever zorg voor een goede verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de bij de werkgever werkzame personen, waarbij hij rekening houdt met de bekwaamheden van de werknemers.
- De werkgever toetst het arbeidsomstandighedenbeleid regelmatig aan de ervaringen die daarmee zijn opgedaan en past de maatregelen aan zo dikwijls als de daarmee opgedane ervaring daartoe aanleiding geeft.